Op 18 augustus verscheen een foto van de vijf-jarige Omran Daqneesh online, een Syrisch jongetje dat in een ambulance zit. Een paar uur eerder was zijn flatgebouw in Aleppo gebombardeerd door Syrische of Russische vliegtuigen. Op het moment dat de foto werd gemaakt, is hij net uit het puin gehaald door reddingswerkers. De foto van de beduusde jongen ging meteen viral op sociale media, de volgende dag stond hij op de cover van kranten als The Guardian, New York Times en The Wall Street Journal. Sindsdien lijkt er een conflict te ontstaan over de betekenis en waarde van de foto.

160818142212-05-omran-daqneesh-aleppo-syria-super-169
Omran Daqneesh © Aleppo Media Center

De initiële reactie op de foto was vergelijkbaar met die van Aylan Kurdi, het eveneens Syrische jongetje dat verdronk en aanspoelde op het strand van Turkije. Ook Omran zou een icoon worden voor het onacceptabele geweld in Syrië, waar naar schatting al bijna een half miljoen mensen omkwamen, waaronder veel kinderen. Kunstenaars en cartoonisten gingen aan de slag met het maken van legio memes en kunstwerken over de pijnlijke werkelijkheid die de foto nogmaals onderstreept.

In de nasleep zetten verschillende media de puntjes op een rij. Fotoredacteur Craig Allen van de New York Times schrijft in een opiniestuk dat de foto bijzonder is omdat hij sympathie opwekt en een scherpe boodschap overbrengt, maar niet gruwelijk is. Het is een balans waar veel oorlogsfotografen naar streven: zorgen dat de kijker blijft kijken en niet de pagina omslaat. Daarnaast roept de foto natuurlijk veel verontwaardiging op. Hoe kan het zijn dat een onschuldig kind op deze manier slachtoffer wordt van een oorlog? Iemand moet dat jongetje beschermen. Een flink aantal bloggers schreef in deze termen over de foto.

Toch is Allen, samen met AFP-fotojournalist Patrick Baz en schrijfster Susie Linfield ook kritisch over de ontvangst van de foto. Ze werden door Al Jazeera geïnterviewd over de foto en zijn betekenis voor het conflict. De foto wordt door veel toeschouwers gezien als representatief voor het Syrische conflict, terwijl Omran zich in een relatief steriele omgeving bevindt, stelt Allen. Op de foto is de grootschalige vernietiging van Syrië en de sociale en politieke verdeeldheid in Aleppo niet te zien. Daarmee lopen we meteen tegen een beperking van fotografie aan: niet alles valt in één beeld te vangen, waardoor het hele verhaal nooit te vertellen is.

Allen, Baz en Linfield betwijfelen alle drie of de foto van Omran een verschil zal maken in het conflict. De eerdergenoemde verontwaardiging is voor de meeste kijkers het eindpunt. De enorme complexiteit van het conflict blijft op de achtergrond, want de toeschouwer gaat weer door naar iets anders. Baz: “Zoals we in ons vak altijd zeggen: een foto heeft nog nooit een oorlog gestopt.”

Anderen hebben niet alleen kritiek op de foto, maar ook op de fotograaf. Burgerjournalist en activist voor het Aleppo Media Center Mahmoud Raslan ligt sinds het posten van de foto zelf onder vuur. Hij maakte selfies met Syrische rebellen die een 14-jarige Palestijnse jongen zouden hebben onthoofd. Ook juicht hij regelmatig zelfmoordterroristen toe. Mede vanwege zijn achtergrond claimen organisaties als het Voltaire Netwerk en ook de Chinese overheid dat de foto uit zijn context getrokken of zelfs gefabriceerd is. De autoriteit van de fotograaf wordt in twijfel getrokken, en dus ook die van de foto.

Waarschijnlijk is het laatste woord over de foto van Omran Daqneesh nog niet gesproken, maar het is niet altijd even gemakkelijk om te bepalen wat de uiteindelijke waarde is van dit soort ‘viral’ beeld. Het publiek is weer even wakkergeschud, maar voor hoe lang? De grote vraag lijkt te zijn wiens belangen worden gediend met het viral gaan van de foto. Vooralsnog lijkt het vooral de Syrische oppositie te zijn, waar Mahmout deel van uitmaakt. ‘ Weer hebben we een bewijs van de inhumane oorlogsvoering door het Assad-regime.’ Of Omran daarmee geholpen is, is de vraag. Met hem gaat het inmiddels goed, zijn broer Ali overleefde de aanval helaas niet.