Feest van licht en verstilling

Rembrandt was tot zijn dood altijd op zoek naar het juiste licht en was een meester in het vastleggen van cliffhangers. Een zelfde drang zien we bij Marie Cécile Thijs, die het spelen met licht tot kunst heeft verheven en surrealistische impressies een ander motief suggereren Al vanaf het begin van haar bloeiende carrière hint haar oeuvre naar 17e eeuwse stillevens en portretten. Ieder portret wordt een stilleven en elk stilleven is een portret. Met haar schilderachtige kunstfoto’s weet ze een groot publiek te boeien. 

Marie Cécile Thijs begon met fotograferen op haar elfde, met de 6×6 camera van haar vader. Toch kwam het niet in haar op om fotograaf te worden. Ze ging rechten studeren. Een fantastische studie vindt ze, waar ze analytisch leerde denken. “Hoewel de advocatuur ook creatief is, miste ik het maakproces. Daarom heb ik na vijf jaar als advocaat te hebben gewerkt, de fotografie weer opgepakt en het was meteen liefde op het tweede gezicht.” Nog vijf jaar heeft ze beide passies gecombineerd, maar koos uiteindelijk voor het beeldende proces. Haar eerste opdrachten kwamen van haar ex-collega’s. Statige portretten die ook toen al een zweem van het meesterlijke van de Gouden Eeuw droegen. Nu maakt ze naast werk in opdracht vooral spraakmakend vrij werk: schilderachtig mooie foto’s.

Gouden Eeuw
Opgroeiend in Zuid-Limburg kreeg Marie Cécile de liefde voor oude kunst met de paplepel ingegoten. In haar fotografie is ze duidelijk schatplichtig aan de schilders uit de Gouden Eeuw. “Dat gebeurde gewoon. De beelden die ik maakte leken op schilderijen.” Onder andere Velázquez en Caravaggio, schilders die op een speciale manier met licht spelen, inspireerden haar. “De indrukken van bijzondere kunstwerken die ik vroeger in me opnam, kwamen later in mijn fotografie terug. De beelden uit mijn jeugd hebben invloed op het beeld in mijn hoofd en worden vermengd met eigen ervaringen en interpretaties. Ieder portret is ook een zelfportret, elke keer weer. Mijn werk is vrij plastisch, surrealistisch, en ook tamelijk strak, bijna sober.” In haar oeuvre zie je geen statussymbolen in de vorm van leren handschoenen, prachtige juwelen, zilveren kandelaars of dure kledingstoffen, zoals vaak bij haar kunstzinnige evenknieën honderden jaren geleden. Haar foto’s zijn modern, vrij monochroom , bijna minimalistisch, wat in combinatie met mystieke invloeden tot een duidelijk handschrift leidt.

Geheim van de smid
Zowel de portretten als stillevens van Marie Cécile zijn tot in de puntjes gestileerd. Om die samen te stellen, put ze uit haar rijke fantasie, herinneringen en opgeslagen indrukken. Zo staan bijvoorbeeld herinneringen over bepalende beeldelementen van illustere kunstbroeders en indrukken uit haar jeugd, als producten naast elkaar in een ‘supermarkt’ in haar hoofd. “Als ik een foto ga maken, pluk ik intuïtief wat ik nodig heb uit de denkbeeldige schappen.” Naast haar denkbeeldige inspiratieverzameling, verzamel ze ook fysiek materialen en rekwisieten. In haar grote Rotterdamse studio in een voormalig schoolgebouw, bevindt zich een apart rekwisieten kamertje. Engelenvleugels hangen in de lucht, de verenkraag ligt op de plank, een bekend vaasje staat in een kast. Haar studio is altijd startklaar, de digitale Hasselblad bij de hand. Mensen, dieren, voedsel; bijna alles betreedt haar heilige atelier. Zelden zul je Marie Cécile op locatie vinden. Niet omdat ze dat niet leuk vindt, maar omdat het minder praktisch is en ze in haar studio alles naar haar hand kan zetten. Zo heeft ze het werken met studiolicht tot kunst verheven. Ze is een perfectionist.

Interactie
Een goede voorbereiding is niet voldoende om de sfeer die zij beoogd, te vangen. Daar komt meer bij kijken. Hoewel ze van tevoren precies weet wat ze wil maken, kan het lang duren voordat het creatieve proces voltooid is. Vrij werk kan soms jaren sudderen en series worden niet eerder gepubliceerd totdat ze tevreden is. Er spelen, naast subtiel lichtgebruik en een uitgekiend kleurenpallet, andere factoren mee in de totstandkoming van een ultiem geboetseerd beeld. Ook het model of voorwerp en haar intuïtie spelen een grote rol bij het creëren van haar foto’s. “Tijdens de shoot gebeurt er veel. Interactie met het model bijvoorbeeld. Ik kijk hoe ik dat kan gebruiken ter versterking van het idee in mijn hoofd.” Die modellen zijn vaak zeer zorgvuldig uitgekozen. Ze kan jaren op zoek zijn naar een geschikt model voor een door haar bedachte foto. Maar andersom kan ook. “Soms heb ik al jaren iets of iemand op het oog, en komt de setting later. Zoals het geval was met een enorm grote hond en een klein jongetje. Het vierjarige modelletje zag het niet zitten om met dat beest op de foto te gaan. Een jaar later durfde hij wel, maar bleek de hond te zijn gestorven. Een tijd later vond ik een ander sterk gelijkend jongetje die zelf een stoere hond had. Toen viel alles samen.”

Werkelijke onwerkelijkheid
Slechts één zichtbaar element toont direct het verleden, zoals bij de portretten in de serie White Collars. Het archetypische element van een witte kraag uit de Gouden Eeuw was een vervolg op haar serie Human Angels, waar mythische vleugels de modellen iets engelachtigs gaven. “Ik had bedacht dat zo’n 17de eeuwse plooikraag net zo’n archetypisch symbool als vleugels zou zijn. Het mooiste en oudste exemplaar lag in het Rijksmuseum. Omdat het zo’n kwetsbaar object is, van maar liefst 17 meter linnen batist, mag de kraag niet worden aangeraakt. De conservator hanteerde het zeldzame object uiterst voorzichtig met handschoenen. Ik heb de kraag in het gekoelde depot kunnen fotograferen en later geïntegreerd in mijn foto’s. Zelfs de katten uit de serie Majestic kregen door de kraag, maar ook bijvoorbeeld door een kroontje, een bepaalde statuur. Ze werden als het ware nieuwe 17e eeuwse heerschappen.” Haar foto’s zien er altijd uit alsof het zo maar kan gebeuren, niet alleen bij haar portretten, ook haar stillevens. Maar toch is er iets vreemds aan de hand. Neem bijvoorbeeld de foto Citrus and Parakeet uit de serie Food. “Dat is een echte, vliegende vogel. Het heeft me veel geduld gekost, maar dat is het mij waard. Ik zoek altijd naar de balans tussen dynamiek en verstilling.”

Voedsel portretten
Met geduld, inventiviteit, en een duidelijke focus op het onderwerp, presteert Marie Cécile het zelfs om levensmiddelen om te vormen tot portretten, met een eigen identiteit. In haar serie Food is van de overdaad van de meesterschilders weinig terug te vinden, behalve een spannend licht, waardoor toch eenzelfde de sfeer wordt opgeroepen, maar het onderwerp zich los van tijd en ruimte in een parallelle wereld lijkt te bevinden. Ze maakte deze serie in opdracht van het Financieele Dagblad. “Jarenlang kon ik mijn creatieve lusten botvieren op voedsel. Alleen het onderwerp stond vast, de vorm was aan mij. Opdrachten als deze zijn goed voor mijn naamsbekendheid geweest. Het was geweldig om zo’n lang lopende serie te maken. Ik werk graag in serie.” Sinds kort maakt ze een dergelijke serie voor de Franse krant Le Monde. “Mijn Foodserie vond na de FD publicaties ook z’n weg naar de kunstmarkt.” Een beloning voor haar intensieve en tijdrovende fotografie.

Marie Cécile Thijs
Marie Cécile Thijs (MCT) studeerde rechten en heeft daarna tien jaar in de advocatuur en bij de rechtbank gewerkt. Totdat ze op een gegeven moment weer haar oude liefde fotograferen oppakte. Ze geldt nu als één van de grootste fotografen van Nederland en is geliefd in het buitenland. Werk van haar was onder andere te zien op het Naarden Festival, in verschillende musea waaronder Museum aan het Vrijthof, en er is werk opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam.  Vanaf eind mei tot begin oktober exposeert ze in het Museum of Photographic of Arts in San Diego en vanaf 28 oktober bij Gallery SmithDavidson in Amsterdam. Afgelopen maart nam ze via deze galerie deel aan de TEFAF, waar haar werk goed werd verkocht. Ze won prestigieuze prijzen in zowel binnen- als buitenland.

www.mariececilethijs.com