Halverwege november is Parijs de hoofdstad van de fotografie. Dat is de stad natuurlijk eigenlijk altijd, maar met Paris Photo, Fotofever, Photo Saint Germain en Offprint kunnen we er niet omheen. Wij liepen de stad door en bezochten ze allemaal. De vele kilometers zijn het dubbel en dwars waard als je alle prachtige fotografie aanschouwt.

Paris Photo

Laten we beginnen bij het hoogtepunt: Paris Photo. Ondertussen alweer toe aan haar twintigste editie, heeft dit evenement een vaste plek op de fotografieagenda. Maar liefst 183 prominente fotogaleries van over de hele wereld – en dit jaar voor het eerst een uit Abidjan, Ivoorkust – dertig uitgevers en het werk van ruim 2500 fotografen was aanwezig. Hierin veel oud of ‘vintage’ werk, waarbij met name Frans beeld uit de vroeg twintigste eeuw en Amerikaanse foto’s uit de jaren zestig goed vertegenwoordigd waren. De grote jongens van Gagosian uit New York en Hamiltons uit London pronken hier maar wat graag mee en weten er ook een leuk prijskaartje aan te hangen. Niet verwonderlijk echter, want naar verluidt kost het huren van een stand 65.000 euro. Kostbare vierkante meters. Hierdoor nemen veel galeries geen risico’s en laten enkel werk zien waarvan ze weten dat het verkoopt om zo de kosten eruit te halen, wat net als voorgaande jaren een enigszins voorspelbare tentoonstelling ten gevolg heeft. Geen verrassingen natuurlijk als je werk van Penn, Clergue en Cartier-Bresson (die overal opduikt) ophangt.

photo-11-11-16-12-52-34-am

Hiertegenover staan echter onbekendere galeries die maar wat graag hedendaagse fotografie willen laten zien, soms op experimentele wijze samengebracht. Hierbij lijkt formaat alles te zijn: bigger is better. Ontzagwekkend, groots en meeslepend; deze aspecten lijken bij sommige galeries meer mee te tellen dan de fotografische kwaliteit. Over de kwaliteit van de afdruk niets dan goed, vaak is deze perfect, maar wat we daadwerkelijk te zien krijgen wijkt soms zo ver van het medium af dat het onderwerp zich laat raden. Vooral Japanse fotografen lijken hierin te excelleren en galeries van over de hele wereld proberen werk uit het oosten dan ook aan de man te brengen.

photo-11-11-16-10-54-58-pm

Als dé ontmoetingsplaats voor eenieder die iets met fotografie doet, is Paris Photo simpelweg een hotspot voor kunstenaars, verzamelaars, curatoren en liefhebbers. Door het immer groeiende publiek (tijdens het weekend kan je letterlijk over de hoofden lopen, ondanks het formaat van het Grand Palais) en zijn de sponsors dan ook niet de minste: J.P. Morgan Bang, Pernod Ricard, Leica, Ruinart Champagne, Huawei en BMW. Natuurlijk moet er wel een connectie met fotografie worden gemaakt en dus is er op de bovenverdieping plaatsgemaakt voor de JPMorgan Chase Art Collection terwijl de autofabrikant het werk van haar BMW Residency Art & Culture Award, de Mexicaanse Alinka Echeverria, presenteert. Wat moet je dan verwachten van een champagnemerk? Nou, die hebben Erwin Olaf gestrikt om hun wijnkelders (Ruinart is het oudste champagnehuis ter wereld) vast te leggen. Goede reclame zou je denken, maar de drankgigant liet Olaf zijn eigen gang gaan en hij koos er zelf voor de eeuwenoude ‘crayères’ te fotograferen. Ze staan immers niet voor niets op de Unesco werelderfgoedlijst.photo-11-11-16-12-53-44-am

Wat pikte we nog meer voor trends op? Dat Edward Burtynsky en Herb Ritts erg populair zijn. Speciale aandacht werd besteed aan Gregory Crewdson en David LaChapelle. Afrikaanse fotografie staat wederom in de spotlights met werk van Malinese fotografen Seydou Keïta en Malick Sibide, terwijl Senegalees Omar Victor Diop een eigen expositie verdiende genaamd ‘Mindset’ waarin hij zeventien portretten van Pernod Ricard medewerkers tentoonstelde. En dat iedere galerie scoort met (onverwachte) straatfotografie, immense landschappen en veel, heel veel naakt.