TIME presenteerde vorige week de 100 meest invloedrijke foto’s ooit gemaakt. Het project duurde drie jaar en verzamelde informatie van historici, journalisten en fotografen van over de hele wereld. De indrukwekkende verzameling foto’s varieert van James Nachtwey’s reportage over de hongersnood in Somalië tot Co Rentmeester’s iconische foto van basketballer Michael Jordan terwijl hij in de lucht hangt. Wat maakt deze foto’s zoveel belangrijker dan anderen?

Time pakte groots uit met het fotoproject: De collectie is online te bekijken, er werd een boek gedrukt en in het tijdschrift werden een aantal foto's gedrukt.
TIME pakt groots uit met het fotoproject: De collectie is online te bekijken, er werd een boek gedrukt en ook in het tijdschrift zelf werden een aantal foto’s geplaatst. Foto’s door Thomas Kouveld.

Kira Pollack en Paul Moakley, respectievelijk director en deputy director of photography bij TIME, leidden de speurtocht naar de honderd meest invloedrijke foto’s. Pollack schreef dat ze duizenden interviews afnamen, niet alleen met de fotografen, maar ook met vrienden, familie en gefotografeerden. De selectie was gebaseerd op foto’s die de wereld hebben beïnvloed, niet de geschiedenis en ontwikkeling van de fotografie als medium. Een heftig proces. De foto’s worden, voorzien van gefilmde interviews, gepresenteerd op een website (100photos.time.com) en in een boek. Daarnaast werd er in de meest recente uitgave van TIME Magazine aandacht besteed aan de foto’s.

Invloed

De vraag die Pollack en Moakley zichzelf stelden was ‘hoe meet je de invloed van een foto?’ Het is een uiterst lastige vraag om te beantwoorden. In de wereld van de fotografie is ‘invloed’ immers een beladen term. Theoretici en critici liggen regelmatig met elkaar in de clinch over de vermeende invloed van fotografie. De inherente beperkingen van het medium, zoals het probleem dat een foto nooit de volledige complexiteit van een situatie kan weergeven, worden aangegrepen om de impotentie van een foto te benadrukken. Om het beeld te begrijpen, is eigenlijk altijd informatie nodig die de foto zelf niet kan bieden.

p1000173
Donna Ferrato verdiepte zich in huiselijk geweld

Denkers als Brecht, Sontag en Barthes zagen de foto als een dom, leugenachtig en onbetrouwbaar fenomeen. Iets dat meedogenloos ontleed dient te worden, om vervolgens te concluderen dat wat het biedt waardeloos is.

Pollack laat echter zien dat foto’s wel degelijk hun sporen nalaten in de geschiedenis en soms zelfs meetbare resultaten hebben. Toen TIME James Nachtwey’s aangrijpende reportage over de hongersnood in Somalië publiceerde, steeg het aantal donaties aan het Rode Kruis aanzienlijk, waardoor anderhalf miljoen mensen van voedsel konden worden voorzien. Zonder zijn vastberadenheid om op eigen houtje naar het conflictgebied te reizen was het voor veel mensen waarschijnlijk anders afgelopen. Het verdriet dat de wereld voelde toen de foto van Alan Kurdi zich over sociale media verspreidde, zorgde voor meer druk op politici om iets te doen aan de vluchtelingenstromen die maar tegen de muren van fort Europa op blijven botsen. Anders was het jongetje een abstracte eenheid in de statistieken gebleven.

p1000174
Links: James Nachtwey, rechts: Alan Kurdi

Toch laat de lijst, zoals elke top-zoveel, ook twijfels en vragen achter. Waarom zijn er bijvoorbeeld geen foto’s van de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog? En waarom heeft de foto van de ramp met de zeppelin Hindenburg door Sam Shere de lijst wel gehaald? De ramp betekende het einde van de zeppelin als voertuig, maar het is de vraag of de foto hierbij een verschil heeft gemaakt. Bij dit specifieke beeld lijkt eerder sprake te zijn van een meer traditionele rol van fotografie als documentatiemiddel, niet als instrument voor verandering.

Uiteindelijk lijkt de lijst te suggereren dat het extreem moeilijk is om de invloed van een foto te meten. Er is veel gevaar om causaliteit en correlatie te verwarren en daar komt bij dat de ‘invloed’ van een foto vaak niet meetbaar is in cijfers, feiten of gebeurtenissen, maar in een lastiger te benoemen gedeeld bewustzijn. Pollack beschrijft het als ‘de foto’s die op ons netvlies gebrand zijn.’ Daarmee toont de verzameling aan dat fotografie sinds haar uitvinding van grote meerwaarde is geweest en dat nog steeds is.