Er zijn weinig foto’s die door zoveel mensen herkend worden als de foto van de Afghan Girl. Deze foto, die de voorzijde van National Geographic sierde, maakte fotograaf Steve McCurry in 1984 en maakte hem in een klap wereldberoemd. Het werk van McCurry is de komende maanden in Helmond te zien, en net voor de opening van zijn tentoonstelling bracht hij een bliksembezoek aan ons land. Blogger Erik Keulers was er bij.

“Toeval en geluk”, zo noemt Steve McCurry de start van zijn carrière als een van de bekendste portretfotografen ter wereld, misschien wel de bekendste. Hij werkt in de jaren zeventig als fotograaf bij een krant. “Een slechte krant ook nog”, zo zegt hij zelf met gevoel voor humor. Hij bevindt zich eind jaren zeventig in Pakistan om te ontdekken dat één berg verder een oorlog woedt in buurland Afghanistan. In eerste instantie is er weinig interesse in zijn foto’s, tot 24 december 1979, als de Sovjet-Unie besluit het land binnen te vallen. Op dat moment is Steve McCurry een van de weinigen die daadwerkelijk foto’s kan leveren aan de pers.

AFGHANISTAN. 1980.

Steve McCurry vertelt zijn persoonlijke verhaal op een buitengewone regenachtige zaterdagavond in het Kasteel te Helmond. Samen met enkele tientallen andere geïnteresseerden luister ik ruim een uur naar McCurry, die, zeker naar Amerikaanse begrippen, bijzonder nuchter en rustig overkomt. Hij vertelt zijn verhalen met smaak, kan zich soms ook over dingen kwaad maken, de nieuwe Amerikaanse president bijvoorbeeld, maar hij weet ook steeds relativering aan te brengen, ook over zijn eigen werk. Bijna 40 jaar na zijn eerste foto’s in Afghanistan presenteert Museum Helmond bijna 130 van zijn foto’s aan het publiek. Van 7 maart tot en met 10 september zijn de mooiste foto’s van McCurry die hij op zijn reizen door Azië maakte te zien in de Kunsthal van het Museum.

“Mijn lengte is mijn geluk”, antwoordt hij op de vraag hoe hij contact legt met de bevolking die hij fotografeert.  “Ik ben niet intimiderend, ik sta op ooghoogte met de kinderen”, aldus de fotograaf, die inderdaad klein van stuk is. Om vervolgens op een vraag waarom hij nog geen Nederlanders gefotografeerd heeft gevat te antwoorden: “ik ben te klein om jullie te kunnen fotograferen”.

Steve McCurry is een man voor wie compassie en eenheid van groot belang zijn. Dat benadrukt hij diverse keren in het gesprek. Hij prijst de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de Afghanen, maar wordt fel als het gaat over de positie van de vrouw in het land. Wanneer hij spreekt over de steniging van een vrouw, spreekt hij intens. Het zelfde gebeurd wanneer hij aangeeft dat Donald Trump het tegengestelde van compassie en eenheid is. Maar altijd blijft er een mildheid in zijn verhaal. Wellicht door alles wat hij heeft gezien en meegemaakt, wellicht door de Boeddhistische sferen waar hij vaak in verblijft. “Volgende week vlieg ik naar Birma”, zo vertelt hij, “het is misschien wel de twintigste keer, maar ik hoe gewoon van het land, om de rust die delen uit stralen, de eenvoud en het authentieke, om de monniken.” Om daar de waarschuwing van zijn zus, die zijn studio mede runt, aan toe te voegen. “Mijn zus zei al: niet weer monniken, Steve, we hebben al te veel foto’s van monniken, aan wie moet ik ze verkopen.”

INDIA. Jammu and Kashmir. Srinagar. 1999. Flower Seller at Dal Lake.

Open en eerlijk is McCurry ook over het feit dat commerciële opdrachten nodig zijn om zijn werk waar  we hem om kennen mogelijk te maken. “Gelukkig”, zo zegt hij, “vraagt men mij meestal om op dezelfde manier te werken als ik voor mijn eigen werk doe. En de opdrachten die ik mag doen zijn vaak heel bijzonder. Mijn werk voor Valentino was bijzonder, omdat ik geen fashionfotograaf ben. Voor horlogemerk Vacheron Constantin reisde ik naar tien landen over de hele wereld. En voor de Pirellikalender kreeg ik de mogelijkheid om krachtige vrouwen te fotograferen die goede doelen actief ondersteunen. Gekleed, want naakt is niet mijn ding.”

Opvallend open is McCurry ook over zijn manier van werken. Wanneer hem gevraagd wordt of hij een geheim recept heeft om de kleuren zo van zijn foto’s te laten spatten is hij helder. “Ik zou het geen geheim willen noemen. Ik zorg dat ik mijn foto’s altijd enigszins onderbelicht. Dat resulteert automatisch in heldere kleuren. Als een foto wat donker is, komen kleuren meer tot hun recht.” En wanneer het gaat over zijn rondzwervingen over de wereld om het laatste rolletje Kodachrome vol te schieten, is hij ook duidelijk over de voordelen van digitaal fotograferen. “Het laatste rolletje telde natuurlijk maar 36 opnames, dus ik moest goede opnames hebben. Daarom stelde ik via mijn digitale camera de belichting in en maakte testopnames, zodat mijn opname op het rolletje Kodachrome zeker goed was. Hoe mooi Kodachrome ook was, er is wat mij betreft geen mooiere film, ik kon niet doen met film wat ik nu met digitaal kan doen. In deze donkere zaal kan ik digitaal prachtige foto’s maken. Met film was dat onmogelijk geweest.”

INDIA. Bombay. 1993. A mother and child ask for alms through a taxi window during the monsoon.
INDIA. Agra. 1983. Taj and train

Vorig jaar ontstond er rumour over kleine bewerkingen die McCurry zou hebben gedaan, zoals het verwijderen van een lantaarnpaal. Daarover zegt hij: “Ik ben al lang geen fotojournalist meer. Ik ben tegenwoordig op zoek naar datgene wat voor mij schoonheid is, wat mij betreft. Ik volg mijn eigen regels inmiddels en ben er minder mee bezig wat volgens anderen de norm zou moeten zijn.”

“Er zijn niet veel zaken meer die niet gefotografeerd zijn”, aldus McCurry, “het gaat er om welke draai je er aan weet te geven. Er waren al foto’s van de gevolgen van de monsoon-regens. Maar ik heb er voor gekozen om in heel Azië de gevolgen te fotograferen, inclusief de zandstormen in India.” En het boek The great railway bazaar van Paul Theroux inspireerde hem om de spoorwegen in India in beeld te brengen.

Natuurlijk ontbreekt op deze avond de vraag niet of McCurry een advies heeft voor fotografen die net als hij de top willen bereiken. Het antwoord is even simpel als duidelijk. “Work hard, practice a lot”. En hard werken doet Steve McCurry nog steeds. Ondanks dat het deze avond duidelijk is dat hij moe is, neemt hij uitgebreid de tijd om ieders boek te signeren, ondanks de lange rij. En met dat harde werken zullen we ongetwijfeld nog prachtige foto’s van hem gaan zien in de komende jaren.

Voor nu is een reis naar Helmond meer dan de moeite waard! Zo’n 130 prachtige foto’s die Steve McCurry in Azië heeft gemaakt hangen het komende half jaar  in de kunsthal van Museum Helmond. En dat is voor iedere fotograaf die andere culturen wil vastleggen een absolute must. En uiteraard hangt ook de Afghan Girl in Helmond, hoe zou het ook anders kunnen.

TIBET. Amdo. 2001. Pilgrim at a Stupa.

 

 

Steve McCurry Photographs from the east

9 Maart t/m 11 september 2017
Dinsdag tot en met vrijdag: 10.00 tot 17.00 uur
De Kunsthal – Museum Helmond